VOETENKEL-AMSTERDAM

Platvoeten

Aan de binnenkant van de voet vormt de voet een boog. Wanneer deze boog verdwijnt, of zoals we ook wel zeggen is verstreken, dan ontstaat er een platvoet. Er zijn twee soorten platvoeten: de soepele en de stugge platvoet.

De soepele platvoet

Kinderen worden geboren met platvoeten. De leeftijd waarop de boog aan de binnenzijde van de voet ontstaat varieert, maar is over het algemeen ontwikkeld bij een kind van 10 jaar oud. Ongeveer 54% van de kinderen die 3 jaar oud zijn hebben soepele platvoeten en bij kinderen van 6 jaar oud 24%. Schoenen en steunzolen helpen niet in het voorkomen van de platvoet. Of het verstandig is toch een steunzool te geven bij deze groep is onduidelijk. waarschijnlijk is het veel belangrijker de voet sterk te maken. Door regelmatig op blote voeten te lopen en vooral voor hele soepele schoenen te kiezen. De meeste kinderen hebben geen last van de soepele platvoet. Op volwassen leeftijd komen de soepele platvoeten voor bij ongeveer 15% van de mensen, en meestal zonder klachten.

Er is een relatie tussen de BMI (body mass index) en klachten van de platvoet. Oftewel wanneer het gewicht toeneemt is dat zeer ongunstig voor de voetklachten. Afhankelijk van de klachten kan de behandeling bestaan uit een  oefentherapie, een steunzool of orthopedische schoenen. In ernstige gevallen kan een operatie een optie zijn.

De stugge platvoet

Een van de oorzaken van de stugge platvoet is de ‘tarsale coalitie’. Deze ontstaat al vroeg in de ontwikkeling en is waarschijnlijk al bij de geboorte aanwezig. Uit studies blijkt dat er mogelijk een erfelijke component is. Bij een tarsale coalitie ontwikkelen de gewrichten van de achtervoet zich niet goed. Er ontstaat een verbinding tussen de botten in plaats van een mooi gewricht. Over het algemeen ontstaat de verbinding tussen het hielbeen en het sprongbeen, de talocalcaneaire coalitie, of tussen het hielbeen en het scheepvormige botje, de calcaneonaviculare coalitie. Het kan ook op andere plekken voorkomen maar dat is erg zeldzaam. Deze coalities kun je op een gewone rontgenfoto zien bij een kind vanaf een jaar of negen (dit is afhankelijk van de ontwikkeling van de groei van een kind). Als het op een gewone rontgenfoto niet goed te zien is, maar er wel een vermoeden is van een coalitie, wordt een CT-scan of een MRI-scan gemaakt.

De vergroeiing tussen het hielbeen en het scheepvormige botje, de calcaneonaviculare coalitie, bestaat vermoedelijk al bij de geboorte van het kind. De botten van een kind verbenen in de loop der jaren en elk botje heeft een andere tijd nodig om te verbenen. Hierdoor zijn in de eerste levensjaren de botten van kinderen veel flexibeler. Voor de achtervoet geld dat deze vaak volledig ‘verbeend’ is tussen het 8e en 14e levensjaar wat dan ook betekend dat de klachten pas dan optreden. Door de verbening is de kanteling van de achtervoet niet goed mogelijk en kan een kind klachten krijgen van zwikken, pijn en stijfheid. Lang niet alle kinderen krijgen klachten van de coalitie!

Bij klachten wordt vaak in eerste instantie gekozen voor een niet-operatieve behandeling zoals een tijdelijk gips, aanpassing van de activiteiten of aanpassingen aan de schoenen. Als dat niet helpt kan gekozen worden voor een operatie.

Meestal wordt ervoor gekozen om de verbinding op te heffen. Dit heeft een gunstig effect in 80% tot 90% van de patiënten waarbij ruim 85% ook weer gaat sporten na verloop van tijd. Voor deze operatie is het gunstiger als kinderen jonger zijn, dat wil zeggen, jonge tieners. Bij jong volwassenen zijn de resultaten minder gunstig. Een andere mogelijkheid is operatief volledig vastzetten van het gewricht.

De verbening tussen het hielbeen en het sprongbeen, talocalcaneaire coalitie, is al in 1948 beschreven. Deze botten verbenen rond het 12e levensjaar. De klachten en de niet-operatieve, de conservatieve, therapie is van beide coalities hetzelfde. Ook bij deze coalitie geld dat indien het mogelijk is in eerste instantie geprobeerd zal worden de verbening die is ontstaan te verwijderen.

De platvoet bij volwassenen

De meeste mensen hebben geen last van platvoeten en kunnen er prima mee sporten. Bij deze mensen is behandeling dan ook niet nodig. Bij pijnlijke platvoeten is het zinvol om te kijken naar de oorzaak.

Wanneer de pees aan de binnenzijde, de tibialis posterior, niet meer goed werkt door een ontsteking of een scheur, kan een platvoet ontstaan. Natuurlijk is het dan belangrijk te proberen de pees te laten genezen. Afhankelijk van de mate van ontsteking kan dat met een kuur NSAID’s (ontstekingremmende medicijnen), een goede steunzool, tijdelijke gipsbehandeling of een orthopedische schoen. Wanneer de pees is herstelt, moet deze ook weer sterk worden, het lijkt daarom niet wenselijk de voetboog blijvend te ondersteunen met bijvoorbeeld een steunzool.

De beschadiging van de pees verloopt in stappen. In eerste intantie is er een ontsteking van de pees, daarna ontstaan er scheurtjes in de pees en wordt de pees dikker uiteindelijk kan de pees afscheuren.

Afhankelijk van de mate van de beschadiging van de pees kunnen een aantal operaties worden uitgevoerd. Een kijkoperatie van de pees waarbij het ontstekingsweefsel wordt verwijderd, een operatie waarbij de pees wordt gehecht en, wanneer de pees niet meer te herstellen is en de klachten invaliderend zijn, kan er voor gekozen worden om het hielbeen en sprongbeen en het scheepvormige beentje (os naviculare) aan elkaar vast te zetten.

Ook kan er een extra botje in pees, de tibialis posterior zitten waardoor het lijkt alsof er een platvoet is.

‘Platvoet’ bij suikerziekte

Charcot neuropathie, in 1868 door Jean Martin Charcot als eerste beschreven, werd in die tijd meestal veroorzaakt door syphillus. Vandaag de dag wordt deze aandoening met name veroorzaakt door suikerziekte (diabetes mellitus). Bij een neuropathie (zenuwschade) zijn zenuwen in het lichaam beschadigd. Hierdoor kan een verminderd gevoel en een verminderde pijnsensatie ontstaan in de voet. Dit kan uiteindelijk tot gevolg hebben dat er een vervorming van de voet ontstaat en niet alleen een platvoet. Het is belangrijk dit tijdig te herkennen waarbij in eerste instantie een langdurige behandeling met gips nodig is. Als de voet tot rust is gekomen wordt een orthopedische schoen aangemeten.

Natuurlijk kan een platvoet ook ontstaan na een ongeval met botbreuken of bij aandoeningen zoals rheumatoide arthritis. Behandeling van deze voetafwijkingen kan erg verschillen van persoon tot persoon.