VOETENKEL-AMSTERDAM

De Lange Buiger van de Grote Teen

Inleiding

De lange buiger van de grote teen, is verantwoordelijk voor veel verschillende klachten in de voet en enkel. Soms niet eens op de plaats waar deze spier loopt, dit komt omdat de lange buiger van de grote teen er voor kan zorgen dat het looppatroon veranderd.   

De grote lange teenbuiger

Aan de achter-binnen-zijde van de enkel zit de spier-pees overgang van de lange grote teenbuiger (de flexor hallucis longus). Deze pees heeft de taak om de grote teen te buigen. De pees zit vast aan de onderzijde van het laatste kootje van de grote teen, en loopt via de binnenkant van de voet naar de achter- en binnenkant van de enkel. Aan de achterkant van de enkel vormt de pees zich tot een van de kuitspieren. De pees van de lange grote teenbuiger is erg lang, en moet een flinke bocht bij de enkel maken. Aan de binnenzijde van de enkel moet de pees door een nauwe tunnel glijden (deze tunnel heet de mediale tarsale tunnel).  Deze tunnel bestaat deels uit bot en deels uit wat we noemen zachte weefsels.

De pees glijdt hierin heen en weer als de grote teen bewogen wordt. Bij elke stap buigen en strekken wij de grote teen. Met name bij het afzetten van de voet is het belangrijk de de grote teen gebogen kan worden. Als de tunnel te nauw is, kan de pees er niet goed doorheen glijden. Daardoor komt de pees te strak te staan als de grote teen omhoog bewogen wordt. Omdat de pees dan strak staat kan de grote teen niet voldoende omhoog buigen. De grote teen is dan alleen ‘stijf’ als de voet op de grond staat en er gewicht op de voet gezet wordt (bijvoorbeeld als de voet belast wordt, zoals bij het lopen gebeurt), en kan wel goed gebogen worden als de enkel ontspannen naar beneden hangt. We noemen dit een functionele hallux limitus. Als deze pees ergens vastloopt, kunnen er allerlei voetklachten ontstaan. Vaak zijn dit klachten die voor de patiënt moeilijk te duiden zijn. Met andere woorden: waar de pijn in de voet zit is lastig met 1 vinger aan te geven.

 

BIj het afzetten van de voet beweegt de spier meer naar beneden, de spier komt tot het kanaal. Hierdoor kan de grote teen goed omhoog bewegen en is er een goede afzet mogelijk. Aan de rechter zijde de situatie waarbij er een bot uit

Waardoor ontstaan er klachten van de lange buigpees van de grote teen?

De tunnel hoort mooi rond van vorm te zijn, maar is soms platter dit maakt de tunnel nauwer.  Soms is de tunnel wel goed gevormd maar is de spier te dik. Op welke hoogte de spier overgaat in de pees is erg wisselend  van persoon tot persoon. Ook dan komt de pees te strak te staan waardoor de grote teen onvoldoende omhoog bewogen kan worden. Dit komt omdat de spier in de kuit aan de buitenzijde zit, waardoor de pees zich moet verplaatsten van de buitenzijde naar de binnenzijde van de enkel. Dit doet de pees aan de achterzijde van de enkel ter hoogte van het enkelgewricht. Soms zit er aan de achterzijde van het sprongbeen een extra stuk bot. Doordit stuk bot moet de pees een omweg maken, en staat de pees te strak. Als de pees te strak komt te staan ontstaat er stijfheid van het grote teen gewricht.  Er kan ook een combinatie van deze oorzaken aanwezig zijn. Er zijn een aantal oorzaken bekend waarbij deze ‘stijfheid’ van de grote teen kan ontstaan. Het kan zijn ontstaan door een trauma, zoals een verzwikking van de enkel. Door  de verzwikking kan aan de achterzijde van de enkel een stukje bot afbreken. Dit botfragment ligt vlak naast de pees van de lange grote teenbuiger.  Het fragment zit nog wel een beetje vast, maar kan heen en weer bewegen. Door deze bewegingen ontstaat er littekenweefsel, en wordt de tunnel te nauw. Ook kan een verstuiking littekenweefsel veroorzaken en ook dan kan de tunnel te nauw worden. 

Afgeplatte pees, er is nauwlijks een kanaal gevormd. Normaal is dit kanaal mooi rond.

shin splint

Veel littekenweefsel, ook richting de spier. Hierdoor kan de pees niet meer door het kanaal, het littekenweefsel houdt de spier tegen.

Veel littekenweefsel bij de ingang van het kanaal. Dit maakt de ingang nauwer waardoor de pees niet meer mooi op en neer kan bewegen.

Waarom geeft de lange grote teenbuiger zoveel problemen.

Waarom weten we nog niet precies maar een van de problemen is dat wij als lopende mensen graag onze voeten willen afwikkelen, en balans willen hebben. Hiervoor hebben we een goed bewegende grote teen nodig.  In het geval van een functioneel te korte pees, gaat onze voet oplossingen zoeken. De hiel kan gekanteld worden, om de route wat korter te maken, de boog aan de binnenkant van de voet kan wat hoger of juist lager komen te staan, ook dan wordt de afstand korter. Maar een andere oplossing is de scheefstand van de grote teen. Het lastige van het probleem is dat bij sommige mensen de boog hoger komt, terwijl bij andere mensen de voet aan de binnenkant juist inzakt. Dit heeft te maken hoe flexibel de midden voet is, wanneer deze flexibel is zakt deze juist een beetje, hierdoor is de afwikkeling van de grote teen makkelijker. Hierdoor kunnen de klachten die een te korte lange teenbuiger heeft heel verschillend zijn.

Het grote probleem is dat wij als mensen uniek zijn, we kunnen rechtop lopen en onze voeten afwikkelen. En aan de binnenkant van de voet hebben we een boog zitten. Als we lopen, dus wanneer we de grote teen omhoog bewegen wordt de boog hoger en wanneer we de voet afzetten wordt de boog weer normaal.  Als de voet in de lucht is gaat de spanning eraf. Dit is een ontzettend ingewikkeld mechanisme maar het zorgt ervoor dat het ons minder energie kost om te kunnen lopen.

Vaak is er pijn rondom de grote teen, maar met name aan de onder kant. Doordat de meeste mensen door de functionele stijve teen over de buitenkant van de voet lopen, kan er ook pijn aan de buitenkant van de voet ontstaan. Soms zelf pijn die lijkt op een Morton’s neuroom.  Daarnaast zijn er klachten van een holle of platte voet. En  natuurlijk pijn bij de enkel met name aan de achterzijde aan de binnenkant van de enkel.

Ook vage knieklachten met name als zij aan de voorkant van de knie en de buitenkant van de knie zitten kunnen veroorzaakt worden door de lange grote teenbuiger. Natuurlijk moet in geval van de klachten rondom de knie eerst uitgesloten worden of er geen echt knie probleem is. Ook klachten van het scheenbeen, shin splint of mediaal tibiale stress syndroom, kan hierdoor veroorzaakt worden. In dit geval is er een verkleving hoger op ontstaan. En komt de spier in een soort trechter achter in de enkel vast te zitten. De spier kan wel samenspannen alleen loopt de spier dan vast, dit geeft een soort compartiments syndroom

 

Pijnklachten aan de buitenzijde van de enkel

Doordat de voet met een functionele hallux limitus niet op de normale manier kan worden afgewikkeld, kunnen ook klachten aan de buitenzijde van de voet ontstaan. Dit komt omdat iemand met een functionele hallux limitus wat meer over de buitenkant van de voet gaat lopen. Hierdoor neemt de belasting aan de buitenzijde van de voet toe en dat geeft klachten, zoals pijn aan de buitenkant van de enkel. Hierdoor is het evenwicht ook verstoord, dit kan weer zwikklachten geven. Bij een verstoord evenwicht hebben mensen de neiging om te gaan klauwen met de tenen. Vooral als er meerdere tenen zijn die in de zogenaamde hamerteenstand staan moet hier aan gedacht worden. Verder klagen mensen vaak over kramp in de voet.

 

Zenuwpijn onder de voet, tarsale tunnelsyndroom

In de tunnel waar de lange grote teen buiger doorheen glijdt, bevinden zich ook nog vaten, een zenuw met zijn aftakkingen (de nervus tibialis posterior), en andere pezen. Als de lange grote teen buiger teveel ruimte inneemt, of de tunnel te nauw is, dan kan er een te grote druk ontstaan op de zenuw. Zenuwen kunnen niet erg goed tegen druk- en trekkrachten. Als zenuwen op deze manier geprikkeld worden, dan ontstaan er tintelingen en/of pijn en/of gevoelsstoornissen. De verdrukking of beklemming van de zenuw (nervus tibialis posterior), wordt een tarsaal tunnel syndroom genoemd. Vaak vindt de patiënt het moeilijk om de klachten te beschrijven. De belangrijkste klacht van een tarsaal tunnelsyndroom is een (brandende, stekende of tintelende) pijn en/of doofheid van de voetzool, soms ook alleen onder de hiel. Een geïrriteerde zenuw kan vreemde onaangename sensaties van de huid veroorzaken, soms wordt de huid daarbij gevlekt, of rood/roze. De huid kan overgevoelig zijn bij aanraking, bijvoorbeeld al bij het dragen van een sok of een kous. De pijn straalt meestal uit van de enkel naar de voetzool (en soms ook naar het onderbeen). Er kunnen krampen bestaat in de voetzool. De klachten zijn vaak houdingsafhankelijk. Er kan een zwelling bestaan aan de binnenzijde van de enkel. Soms zijn de klachten het ergst gedurende de nacht. Ongeveer 1/3 van de mensen ervaart pijnklachten die kunnen uitstralen tot halverwege de kuit.

Om te beoordelen over zenuwklachten een rol spelen bij u kunt u het onderstaande test doen. Dit zijn 5 vragen die u met ja of nee kunt beantwoorden. Aan het eind drukt u op de toets klaar en dan volgt er een score en daarbij begeleidende test in welke mate het waarschijnlijk is of zenuwklachten ook een rol  bij u spelen. Bedenk wel dit  is geen waterdicht test maar geeft wel een idee. (Deze test staat op de home pagina, of klik hier)

Hielpijn

Niet alle hielpijn ontstaat door een ontstoken peesblad onder de hiel. Wanneer bij hielpijnklachten geen verdikking van het peesblad ter hoogte van de hiel gevonden wordt, en/of geen enkele therapie helpt om de hielklachten te verminderen, dan is het verstandig om te laten onderzoeken of er een afwijking aan de achterzijde van de enkel. In het Hielpijncentrum kunnen de echografisten u hier antwoord op geven. Zij kunnen met behulp van de echo kijken of de lange teen buiger vast loopt in de enkel en een rol speelt in uw hielpijn.           Hielpijn kan ook ontstaan door een geïrriteerde zenuw. In de tunnel  aan de binnenzijde van de enkel (waar de lange grote teen buiger doorheen glijdt) bevindt zich een zenuw (de nervus tibialis posterior) die hielpijn kan veroorzaken.