VOETENKEL-AMSTERDAM

Enkelklachten

De anatomie van het enkelgewricht: Het enkelgewricht wordt gevormd door 3 botten, het scheenbeen, de tibia en het kuitbeen de fibula en het sprongbeen, de talus.  Het scheenbeen is het grootste en sterkste bot  van het onderbeen. Het kuitbeen is een stuk kleiner en smaller en zit aan de buitenzijde van de enkel. Het enkelgewricht is een hevel waardoor de voet omhoog kan buigen en naar beneden kan buigen. Door deze beweging kunnen wij goed lopen en ook bijvoorbeeld makkelijk een trap op en af lopen. Mensen met klachten van het enkel gewricht, geven dan ook vaak pijn aan of een onstabiel of onzeker gevoel bij het traplopen maar soms ook al bij het normale lopen. Rondom het enkelgewricht zitten sterke banden, de ligamenten, die het enkelgewricht stabiel maken. Het sprongbeen, de talus rust op het hielbeen, de calcaneus. Het gewricht dat gevormd wordt tussen deze twee botten heet het onderste spronggewricht, subtalairegewricht. Dit gewricht zorgt ervoor dat de enkel naar buiten en binnen kan kantelen. Deze beweging is bijvoorbeeld nodig als wij op een oneffen terrein lopen.